Edwin Broeks Photography

Welkom op mijn foto site

Rook

Fotograferen van “Rook”, hoe doe je dat?

Over het algemeen is de meeste rook niet vrij van vervuiling en bevat het onverbrande delen.
Wil je “schone” rook dan kun je heel goed werken met wierook stokjes.
Wierook stokjes kun je kopen op markten, via internet of in bepaalde winkels.
Wanneer je met wierook stokjes gaat werken doe je er goed aan een wierookhouder aan te schaffen en die kosten vrij weinig.
Het voordeel van een wierookhouder is dat het stokje gelijkmatig “oprookt”.
Voor de mooiste foto’s is het belangrijk dat de stokjes zo gelijkmatig mogelijk “oproken” anders verstoord de rook heel erg.

Er zijn mogelijk alternatieven voor wierook want de geur kan als “onprettig” worden ervaren.
Is de geur een probleem dan kun je eventueel de foto’s in een ruimte gaan maken waar je er geen last van hebt, zoals een schuur.

Wat fotografeer je van de rook?

Ik ga in de rest van dit artikel uit van het gebruik van wierook en een losse flitser.
Wanneer je een wierook stokje laat roken zul je zien dat de rook de eerste 40-80 cm recht omhoog gaat of in een golvende beweging omhoog gaat.
Zou je hier een foto van maken dan krijg je weinig spannende foto’s, kijk maar naar de twee voorbeelden hieronder:

Dat de rook recht omhoog gaat komt omdat warme lucht opstijgt en hierdoor ontstaan de rechte rook strepen.
Gaat de rook daarentegen in golvende bewegingen omhoog dan is de omgeving niet vrij van tocht.
Tocht zorgt ervoor dat de rook “onregelmatig” en onvoorspelbaar gaat bewegen.
Als de rook onvoorspelbare bewegingen gaat maken dan is de rook heel erg moeilijk te fotograferen.
Je weet namelijk niet waarop je moet scherpstellen en hoever de camera van de rook af moet staan omdat je niet kunt bepalen waar de rook voor de lens komt.
Zonder hulpmiddelen zul je er dus voor moeten zorgen dat de omgeving tochtvrij is.
Na die 40-80 cm zal de rook spontaan andere bewegingen gaan maken in volledige willekeur.
Die spontane bewegingen van de rook heet ook wel “turbulentie”.
En dat is precies wat we willen fotograferen van de rook, de “turbulentie”.

Wat is turbulentie en waarom fotograferen we dat?

Turbulentie ontstaat door de werking tussen warme en koude lucht waardoor de rook spontaan gaat wervelen.
Deze wervelingen hangen af van heel erg veel factoren en zijn daarom zeer onvoorspelbaar en volledig onwillekeurig van aard.
Zo kan de rook ineens alle kanten opgaan, of splitsen in twee stromen, of beginnen te “krullen”.
Als je goed naar de rook kijkt, dan zul je zien dat het “krullen” van de rook het mooiste is.
Hieronder drie voorbeelden van de eerder genoemde varianten die kunnen ontstaan:

Omdat ik spannende foto’s wil hebben, ga ik mij richten op het “krullen” van de rook.
Maar het “krullen” van de rook gebeurt enkel onder rustige omstandigheden.
Wanneer je het wierook stokje een tijdje laat roken, en je zorgt ervoor dat er “geen” tocht is, dan zal de rook na verloop van tijd mooi gaan “krullen”.
Hoeveel tijd ermee gemoeid is voordat de rook gaat “krullen” is moeilijk vast te stellen, maar 5-10 minuten is vrij normaal.
Vervolgens heb je dan nog te maken met het probleem dat de rook dit gaat doen na 40-80 cm.
Omdat de rook pas gaat wervelen na 40-80 cm is dat erg vervelend, want je wilt zo weinig mogelijk rook in beeld en geen spoor van 40 cm.

Kan de turbulentie beïnvloedt worden?

Ja dat kan!
Wanneer rook een rustige rechte lijn vertoond dan kan de turbulentie opgewekt worden.
In plaats van de rook spontaan te laten wervelen (onbepaald wanneer dit gebeurd) kan bepaald worden wanneer de rook gaat wervelen.
De turbulentie kan beïnvloedt worden door ervoor te zorgen dat de rook in een rechte lijn omhoog gaat en daarna door een voorwerp wordt verstoord.
Een heel mooi voorbeeld hiervan, is een windmolenpark die zorgt voor opgewekte turbulentie:


Datzelfde kan nu ook gedaan worden met de rook, maar dan moet er eerst voor gezorgd worden dat de rook recht naar boven gaat.
Als we de rook dan toch gaan sturen, dan kan er net zo goed voor gezorgd worden dat de rook altijd voor de lens langsgaat.
Om de rook altijd op dezelfde plaats te krijgen heb ik van papier een huisje gemaakt met een opening aan de bovenzijde.
Dit huisje heb ik dan over de wierookhouder geplaatst.
Aan de onderzijde van het huisje zijn ventilatie gaten gemaakt zodat de rook goed kan “stromen”.
Wanneer het wierook stokje dan oprookt zal de rook altijd op dezelfde plek voor de lens komen en dat maakt het fotograferen een stuk makkelijker.
Vervolgens kun je dan in de uitstromende rook een voorwerp houden die voor de turbulentie zorgt.
Een plat voorwerp (lineaal) of rond voorwerp (potlood) zorgen voor goede wervelingen van de rook.
De volgende voorstelling laat zien hoe eea werkt:


Nu bekend is hoe je de rook kunt beheersen is het tijd om de opstelling compleet te maken.
Zoals eerder in dit artikel is vermeld, maak ik gebruik van een losse flitser.
Het voordeel hiervan is, dat ik die kan plaatsen waar ik wil en goed in sterkte kan variëren.
Bij gebruik van de ingebouwde flitser zal de accu van de camera snel leeg raken en na verloop van tijd wordt het systeem steeds trager ivm oplaadtijd van de flitser.
De meest ideale omstandigheid is fotograferen in het donker maar dan zie je geen hand voor ogen en dus ook geen rook, jammer, dus fotograferen met het licht aan.
Zonder licht aan gaat niet maar zorg er dan wel voor dat je zo weinig mogelijk omgevingslicht hebt, des te mooier worden de foto’s.
Omdat de rook zo scherp mogelijk moet zijn is een klein diafragma gewenst, zo rond de 10 tot 16 of zelfs hoger, instellen naar eigen wensen.
De sluitertijd maakt in deze niets uit en kan gewoon op 1/200 of 1/250 seconde worden gezet, want de flitser maakt de foto en die is veel te snel, zelfs voor 1/200 seconde.
Door een hoog diafragma getal en korte sluitertijd krijgt de camera weinig licht binnen en daardoor zal de omgeving “zwart” worden.
Voor de mooiste foto’s kun je het beste een zwarte achtergrond gebruiken maar daar mag dan geen flitslicht op vallen.
Werk je met de ingebouwde flitser dan zal de achtergrond altijd belicht worden en het diepe zwart zal verdwijnen.
En met de ingebouwde flitser geldt dan ook, hoe harder de flitser werkt, hoe “grijzer” de achtergrond wordt.
Je kunt dit voor een deel oplossen door zo ver mogelijk van de achtergrond af te gaan staan, maar hoe verder weg hoe groter het oppervlak moet zijn.
Daarom gebruik ik de losse flitser, omdat ik deze aan de zijkant kan plaatsen zodat ik de achtergrond niet kan verlichten.
Om er zeker van te zijn dat er geen strooilicht op de achtergrond valt, maak ik gebruik van een zelfbouw “snoot” op mijn flitser.
Hieronder kun je zien welke opstelling ik heb gebruikt:


Het maken van de foto’s doe je vervolgens gewoon op gevoel.
Er is geen automatisch systeem van te maken omdat het krullen op onbepaalde momenten gebeurd en dan moet je afdrukken.
Meestal druk ik op het gewenste moment de ontspanknop constant in, zodat ik een serie van zo’n 5-7 foto’s krijg, en daar haal ik dan de beste uit.
Vervolgens is het naar eigen smaak hoe hard je de flitser zet en welk diafragma je gebruikt.
Hierbij een paar voorbeelden in basis kwaliteit:


Veel plezier met het fotograferen van rook.

© 2019 Edwin Broeks Photography

Theme designed by Anders Norén

Translate with Google »